Terug naar overzicht

8 tips voor het rijden van de dodelijke Black Snake

Claudio Caluori’s tips voor het rijden van de Black Snake in Val di Sole – het moeilijkste parcours in het downhillcircuit.

Van alle World Cup Downhill parcoursen is de Black Snake in Val di Sole (Noord-Italië) zeker die met de dodelijkste beet. Het is een ongelofelijk steil en zwaar parcours, waar alleen de beste en meest technische rijders goed uit de voeten kunnen. Zevenvoudig Zwitsers kampioen en mountainbikelegende Claudio Caluori heeft acht tips om een fatale beet te voorkomen.

Unfortunately we cannot provide you this service with your current cookie preferences. If you would like to change your cookies preferences, please click “Privacy Policy and Cookies” in the footer.

1. Wees fit

Zorg dat je fit bent lang voordat je er überhaupt maar aan denkt de Black Snake te rijden. Niet zozeer je benen – je hoeft amper te trappen – maar vooral de rest van je lichaam is belangrijk, want je wordt vier minuten lang door elkaar geschud op een helling van 25%.

2. Loop het parcours

Verken het parcours lopend. Neem de oppervlakte, de afstand tussen obstakels en de ruimte voor landingen goed in je op – en zorg dat deze in je geheugen gegrift staan!

3. Stel je fiets af

Hoe dieper de gaten, hoe stijver de vering. Als deze maximaal inveert, verlies je snelheid en dat wil je natuurlijk niet. De bandenkeuze hangt af van het weer. Als er nog weinig op het parcours is gereden, zijn modderbanden de beste keuze – ook als het droog is. Al het losse vuil en de dennennaalden maken het namelijk superglad.

"Hoe dieper de gaten, hoe stijver de vering. Als deze maximaal inveert, verlies je snelheid en dat wil je natuurlijk niet."

4. Trainen, trainen, trainen

Normaal gesproken kun je twee dagen van tevoren op het parcours. Bij een World Cup wedstrijd is dat vaak drie dagen. Meestal zijn tien trainingsruns in totaal wel genoeg. Je moet de juiste balans zien te vinden tussen trainen en je energie sparen.

5. Rechte lijnen

Je kunt veel lijnen kiezen en elke rijder combineert deze anders. Hoe je de ene sectie neemt, bepaalt ook hoe je uitkomt voor de volgende sectie, etc. Zo kun je aanzienlijke winst boeken, of juist tijd verliezen.

6. Sprongen

Er zitten een paar waanzinnige sprongen in het parcours en die moet je allemaal anders nemen. Bij de eerste paar moet je laag blijven om je snelheid en controle te behouden. Halverwege vlieg je vlak na een technische sectie ineens door de lucht – de Trentino-sprong. Als je die goed neemt, sla je zo 10 meter over van een technisch stuk. Tot slot is er een skisprong, waar je echt hoog de lucht in gaat. Daar houden ze zelfs bij wie het verst komt.

7. Overleef het middenstuk

In het middenstuk vliegen de bomen, wortels en stenen langs je heen. Hier wordt het verschil gemaakt tussen winst en verlies. Bij El Pont kun je even kort op adem komen. Maar eenmaal over het houten bruggetje gaat het direct weer steil naar beneden.

"In het middenstuk vliegen de bomen, wortels en stenen langs je heen. Hier wordt het verschil gemaakt tussen winst en verlies."

8. Kijk hoe het parcours verandert

Men zegt dat je nooit twee keer in dezelfde rivier kunt springen. Datzelfde geldt voor het rijden van een trail. Tegen de tijd dat je de volgende keer naar beneden gaat, zijn een heleboel andere rijders ook al naar beneden gegaan. Zij hebben de gaten dieper gemaakt en de trail verbreed. Bovendien zijn er een heleboel nieuwe wortels en stenen losgekomen. En als het regent, kun je alleen maar bidden voor een goede afloop.

Gerelateerd artikel