Terug naar overzicht

De 5 belangrijkste etappes in de #TDF2018

De Tour de France is de enige race waar elke wielrenner in het professionele peloton van droomt. Een etappe winnen of de gele trui dragen is vaak al genoeg om een heel seizoen succesvol te maken en jongensdromen te laten uitkomen. Geen enkele race op aarde spreekt zo tot de verbeelding. Geen enkele race is zo competitief.

Ook voor apparatuur is de Tour een unieke test. Van vlakke, winderige etappes en tijdritten tot lange, zware dagen in de hoge bergen: de race omvat veel verschillende uitdagingen, die alle een aangepaste uitrusting vergen. De editie van dit jaar belooft bijzonder uitdagend te zijn. De wielrenners zoeken naar elk mogelijk voordeel. Wij spraken met World Tour-technicus Rob van den Brand, die meerdere jaren ervaring heeft met diverse teams, om erachter te komen hoe wielrenners hun fietsen het beste kunnen afstellen voor vijf cruciale etappes.

Etappe 9

Etappe 9 brengt de wielrenners in de hel. Het is een korte rit van slechts 156,5 kilometer, maar deze loopt over de zware delen van Parijs-Roubaix, met 22 kilometer kasseien verdeeld over 15 stroken op de route van Arras naar Roubaix.

De plattelandswegen van Noord-Frankrijk zijn extreem ruig. Met stoffige ondergronden die modderig worden als het nat is, kunnen de grote, onregelmatige stenen aan de oppervlakte zelfs de meest ervaren deelnemers aan de lenteklassiekers van hun fiets werpen. Voor lenige klimmers en klassementsrenners die meer thuis zijn in de Alpen zal de etappe gevaarlijk zijn en misschien wel de beslissende factor blijken. Dit is in het voordeel van degenen die goed zijn voorbereid.

De belangrijkste kanshebbers zullen het parcours voor de Tour hebben verkend en advies hebben ingewonnen bij de toprijders van de klassiekers in hun team. Hun technici zullen al hun kennis inzetten die ze hebben opgedaan in de vele lenteklassiekers. “De meeste teams rijden met een Parijs-Roubaix-configuratie”, zegt Rob. “Dat betekent lenteklassiekerbanden, 28 of 30 mm tubes, een 42- of 44-tand binnenblad, een chain catcher en een 11-28 of 11-25 cassette”. De stuurgrepen worden dubbel ingepakt, met gelpatches onder de tape voor vering. De technici brengen ook elektronische satelliet-schakelverstellers aan, zodat de renners van versnelling kunnen wisselen ongeacht waar hun handen op de stuurgrepen liggen. En dan het oppompen van de banden. “Bandendruk is altijd een belangrijke factor bij de kasseien”, zegt Rob. “Hoe we dat doen komt voort uit ervaring en de voorkeur van de renner. Laten we zeggen dat het plus of min vier bar is. De exacte druk is een beetje een geheim”.

Etappe 12

Vijfenzestig kilometer klimmen. Na twee voorgaande etappes in de Alpen krijgen de renners nu een van de moeilijkste tests in de Tour van dit jaar. De eerste klim: de Col de la Madeleine, die meer dan 6% gemiddeld stijgt in 25 kilometer.

De renners gaan vervolgens over de legendarische weg met haarspeldbochten van de Lacets de Montvernier (3,4 kilometer van 8,2%) en de 29 kilometer lange Col de la Croix de Fer, voordat ze bij het slotstuk komen op de Alpe d’Huez. Dat belooft een zeer zwaarbevochten etappe te worden. Wie deze etappe naar Alpe d’Huez wint hoort bij de eervolle lijst van veel beroemde wielrenners. Aan het einde van deze etappe kan het algemeen klassement al wel eens bijna beslist zijn. Voor de start moeten de renners er zeker van zijn dat hun spullen in orde zijn voor de klim.

“In het huidige peloton hebben de meeste grote teams een lenteklassieker-fiets, een aerodynamische fiets en een allround-fiets”, vertelt Rob. “De laatstgenoemde wordt gebruikt voor heuvel- en bergritten”. Op lange klims moeten de renners de juiste versnelling hebben om een efficiënte cadans te houden. “Shimano heeft een 11-30 cassette die de meeste teams het hele jaar door gebruiken, met een 36, 38 of 39 binnenblad. Soms wordt zelfs een 34 gebruikt. Voor deze etappe gebruiken ze waarschijnlijk de 11-30 cassette met een 39-tands binnenblad”. Uiteraard is het gewicht van de fiets van de renner cruciaal in de bergen. “Wij proberen de 6,8 kg te benaderen, dat is het minimumgewicht dat de UCI voorschrijft”, zegt Rob. “Voor de meeste fietsen van nu is dat eenvoudig te bereiken door het monteren van wielen met een laag profiel.

Etappe 17

De geschiedenis van de Tour de France is er één van innovatie. Vanaf het begin hebben de organisatoren geëxperimenteerd met de opzet en brachten ze wijzigingen aan om ervoor te zorgen dat de wedstrijd uitdagend is en steeds meer publiek trekt. Etappe 17 van de Tour van 2018 zet die traditie voort. De etappe van 65 kilometer omvat drie grote klims, de Col de Peyresourde, de Col de Val Louron-Azet en de Col du Portet. En waarschijnlijk zal het vanaf het startschot vuurwerk zijn. De top twintig uit het klassement zal starten met een Formule 1-achtige opzet, opgesteld op basis van hun positie in het klassement, aan de voet van de Peyresourde. Hun teamgenoten komen er misschien wel niet meer bij als het eenmaal begonnen is, dus rest er een man-tot-man gevecht tussen de topfavorieten met de gele trui als beloning.

De geschiedenis van de Tour is er ook één van technologische innovatie. Als World Tour-technicus heeft Rob veel ervaring in de frontlinie. “Fietsen hebben zich veel verder ontwikkeld in de afgelopen jaren, en het is mooi daar deel van te mogen uitmaken”, zegt hij. “Uiteraard zijn schijfremmen nu erg populair en veel teams gebruiken ze al met steekassen. Elektronisch schakelen is al jaren gangbaar in het pro-peloton, en renners kunnen nu zelfs met hun Shimano-schakelversteller hun fietscomputer bedienen”.

De afgelopen seizoenen lag de belangrijkste focus bij aerodynamica, dat “steeds belangrijker wordt, niet alleen voor de fiets zelf, met geïntegreerd stuur, stuurpen, interne kabels en schijfremmen, maar ook voor helmen, kleding, sokken en gels”, zegt Rob. Wat vindt hij van deze ontwikkelingen? “Het maakt ons werk niet eenvoudiger, maar het is zeker interessanter om te werken met hydraulische remmen, elektrisch schakelen, enz. En het is interessant om te kijken wat er de komende jaren gebeurt.” Zoals Ron aangeeft, ”Het gaat om marginale verbeteringen”.

Etappe 19

Etappe 19 is een voor de Tour De France klassieke bergetappe in de Pyreneeën. Vanaf de start in Lourdes heeft de etappe zes geclassificeerde klims, waaronder de Côte de Loucrup, Côte de Capvern-les-Bains, Col d’Aspin, Col du Tourmalet, Col des Bordères en de Col d’Aubisque.

Het zal de laatste klimetappe zijn in de Tour van dit jaar, dus dat zal vuurwerk opleveren als de renners in het algemeen klassement nog dicht bij elkaar zitten. Met een tijdrit op de volgende dag moeten de renners wellicht in de aanval om hun kans op winst te vergroten. En de etappe eindigt bergaf, met de finish aan het einde van de afdaling van de Tourmalet. Daarmee worden de dappere renners beloond, maar wie te veel risico neemt kan zomaar een bocht missen.

Bergaf zijn banden net zo belangrijk als bij motorracen. “Voor zover ik weet rijden alle World Tour-teams nog op tubes”, zegt Rob. ”Maar de afgelopen jaren is er veel veranderd. Eerder waren 23 mm tubes gangbaar, maar nu is de meest gebruikte uitvoering 25 mm. In combinatie met een bredere velg lijkt dit de beste configuratie”. Bandendruk is ook cruciaal. Het is altijd zoeken naar de juiste verhouding tussen grip en rolweerstand. “Ook hier bepalen ervaring en de voorkeur van de renner de bandendruk voor de start”, zegt Rob. “De samenstelling is ook een grote factor. Sommige tubes staan bekend om hun goede grip, anderen om hun lage rolweerstand”. Concurrentie tussen de grote fabrikanten betekent dat banden steeds meer op elkaar gaan lijken. Remprestatie is nog zo’n belangrijke factor. “Uiteraard verschillen schijfremmen tijdens een afdaling van velgremmen”, zegt Rob. “Maar de belangrijkste factor voor hoe snel een renner kan dalen is nog altijd zijn techniek. Daar kan geen fiets wat aan veranderen!”

Etappe 20

De enige individuele tijdrit van de Tour van 2018 vindt plaats op de voorlaatste dag. Met slechts 31 kilometer is deze naar begrippen van de Tour de France niet lang, maar wel technisch, met korte, steile klimmetjes en hele strakke afdalingen. Het parcours is een uitdaging voor risiconemers en iedereen die nog relatief fris is na drie barre weken. Als het klassement nog niet beslist is kan het een van de meest dramatische dagen van de Tour zijn en kan hier worden bepaald wie er in het geel naar Parijs rijdt.

Technologie gaat een beslissende rol spelen. “De meeste renners hebben aerodynamica- en windtunneltests gedaan om hun houding te optimaliseren”, zegt Rob. “Zoals in elke etappe kunnen ze kiezen voor elk type versnelling dat we beschikbaar hebben. Bij een tijdrit wordt dat meestal bepaald na de verkenning. Doorgaans is het een kwestie van een groter of kleiner kettingblad en een dieper of ondieper voorwiel of wellicht een wiel met drie spaken. De meeste renners gebruiken een 54-tands kettingblad met een 11-25 of 11-28 cassette. Maar sommige renners gebruiken een 56 standaard. We kunnen alles monteren, van een 52 tot 58 buitenblad.” Tests hebben aangetoond dat tubeless banden een nog lagere rolweerstand hebben dan tubes, dus die worden meer en meer gebruikt op tijdritfietsen. Geometrie van het frame en de afmetingen van stuur-uitbreidingen zijn door de UCI streng gereguleerd, dus is er niet veel speling op het gebied van design. Maar nog steeds, zegt Rob, “worden tijdritfietsen sneller, lichter en meer aan de renner aangepast.” Etappe 20 wordt een grote test voor de allerbesten.

Gerelateerd artikel