Terug naar overzicht

De Streepjes verdienen

Er wordt gezegd dat de WK wegwedstrijd in Innsbruck dit jaar wel eens de zwaarste ooit zou kunnen zijn. De wegwedstrijd is 265 km lang en telt meer dan 5000 hoogtemeters. Het peloton zal de acht kilometer lange klim naar Igls zeven keer bedwingen, voordat ze doorfietsen naar de slotklim in Gramart waarvan een deel een stijgingspercentage van 28 procent heeft. De kans dat er een sprinter gaat winnen in Oostenrijk is dus heel klein.

Omdat de wedstrijd elk jaar op een andere locatie gehouden wordt, kent het UCI Wereldkampioenschap een rijk en divers verleden van wegwedstrijden. ShimanoRoad heeft een paar van de zwaarste wedstrijden sinds de eerste in 1927 geselecteerd.

1962, Salo di Garda, Italië

Het was niet het klimmen – hoewel dat in deze regio ook ruim vertegenwoordigd was: Lombardije, aan de oever van het Gardameer –, maar de afstand en de hitte die de wedstrijd van 1962 tot een van de zwaarste ooit maakten. De professionele wegwedstrijd was 296 km, de langste in de geschiedenis van het Wereldkampioenschap en de hitte was die dag drukkend. Shay Elliot uit Ierland had de vorm van zijn leven en toen het hem lukte om in een kopgroep weg te springen, leek het heel waarschijnlijk dat hij die regenboogtrui zou gaan pakken. Maar er werden bondjes gesmeed tussen de andere renners en zijn sterkste aanval werd in de kiem gesmoord. En daar profiteerde een trainingsmaatje en vriend van Elliot, Jean Stablinski, weer van. Toen de Fransman een tegenaanval plaatste, werd hij niet teruggehaald en kon hij zijn titel zonder tegenstand grijpen.

1980, Sallanches, Frankrijk

Als er ooit een wereldkampioenschap op het lijf van een renner was geschreven, dan was het wel die in Sallanches, Haute-Savoie. In 1980 had Bernard Hinault op 25-jarige leeftijd de Tour de France al twee keer gewonnen, naast een reeks klassiekers. Hinault, die altijd al een aanvallende renner was, kwam naar Sallanches om te winnen en stelde niet teleur.

De wedstrijd werd verdeeld in 20 rondjes van 13 kilometer, inclusief een klim van vier kilometer op de Côte de Domancy, met stijgingspercentages die liepen van 8 tot 15%. Hinault beweerde later dat dit het zwaarste Wereldkampioenschap ooit was. Zijn tactiek was simpel en doeltreffend. Op 80 km van de eindstreep begon hij met aanvallen vanaf de voet van de klim, en dat bij elk rondje. Zo vielen er tientallen renners af per ronde, totdat er nog maar één tegenstander over was in de laatste klim. En niet voor lang. Hinault stevende in zijn eentje af op een overduidelijke en zeer welverdiende overwinning.

1994, Agrigento, Italië

Tijdens een hete Siciliaanse augustusmaand was Agrigento de arena van het Wereldkampioenschap wielrennen op de weg. Het was het eerste jaar dat er een wereldkampioenschap tijdrijden werd gehouden en Chris Boardman ging er met de titel vandoor. Tijdens het blue ribbon-evenement, de wegwedstrijd voor mannen, was er sprake van een verhitte strijd tussen de twee sterkste teams, Italië en Frankrijk. De temperatuur en de lange onbeschutte klim tot Agrigento maakten deze rit zo lastig. Bij de laatse ronde waren alleen de Fransman Luc Leblanc en de Italiaan Massimo Ghirotto nog maar over. Ghirotto had een betere sprint in de benen, maar kon Leblanc toch niet bijhouden in de laatste klim. Zijn fans gingen teleurgesteld huiswaarts.

1995, Duitama, Colombia

Zoals je kunt verwachten van een wegwedstrijd in Colombia werd het peloton in deze editie in 1995 getrakteerd op een flink aantal hoogtemeters. De klim die 15 keer moest worden bedwongen tijdens de wedstrijd bevatte 400 hoogtemeters en kwam uit op 2900 meter hoogte. Miguel Indurain had in Colorado meerdere weken op hoogte doorgebracht om zich voor te bereiden op deze wedstrijd. Echter, in de finale was het zijn landgenoot Abraham Olano die als eerste de eindstreep haalde. Na een lange uitputtingsslag, waarbij de aanhoudende regen en het onregelmatige wegoppervlak bepalend was, kwam het aan op een kleine elite kopgroep. Olano, die net een succesvolle Vuelta had gereden, kon ontsnappen. De Spanjaard reed met een van de eerste versies van de beroemde Shimano Dura-Ace groep. Ondanks een lekke achterband in de slotkilometer bezorgde hij zichzelf een moedige en tactische overwinning.

2013, Toscane, Italië

Toen de renners Lucca verlieten in een hevige stortbui wisten ze dat ze een lange dag voor de boeg hadden. De koers in 2013 volgde de trend van nu met een lange lus vroeg in de race voordat de renners bij een traditioneler slotparcours arriveren. Het parcours was in dit geval 17 km lang met een 5 km lange klim naar Fiesole. De wedstrijd voor de elitemannen besloeg 273 km, wat hem tot de langste in de afgelopen 40 jaar maakte.

Het glooiende Toscaanse landschap in combinatie met het slechte weer maakten van deze koers een slijtageslag. Renners vielen bij bosjes en reden om de haverklap lek, en ook al oogde het Italiaanse team sterk tot aan de laatste 100 km, aan de eindstreep vielen ze buiten de prijzen. In de laatste ronde, net toen de zon tevoorschijn kwam, sprintte de Portugees Rui Costa de Spanjaard Joaquim Rodriguez eruit in een bloedstollende nek-aan-nek sprint, en eindigde Alejandro Valverde op een derde plek. Achter hem bleven de aan flarden gereden renners en hun dromen achter, verspreid over het landschap rondom Florence.

Gerelateerd artikel