Terug naar overzicht

Vader en zoon (2/2)

Hennie en Tom Stamsnijder. Vader en zoon. In 1981 was Hennie de eerste Nederlander die het wereldkampioenschap veldrijden won. In 1980 en 1981 reed hij bovendien de Tour de France. Hij werkt nu als manager sportmarketing bij Shimano in Nederland. Tom trad in de voetsporen van zijn vader en rijdt met zijn 30 jaar nog steeds als prof voor Team Giant-Alpecin. We hebben de Stamsnijders uitgenodigd voor een gezellig onderonsje. Lees hier het laatste deel van dit tweeluik.

Wat is de volgende grote technologische verandering die het wegwielrennen gaat beïnvloeden?

Hennie: De schijfrem. Die heeft gevolgen voor alle facetten van het wegwielrennen, niet alleen bij de afdalingen, want het geeft je meer en betrouwbaardere remkracht. Anders dan velgremmen, reageren schijfremmen onmiddellijk.

Tom: De wielerwereld is uiterst conservatief. En houdt helemaal niet van verandering. Maar als ze zien dat een bedrijf als Shimano met iets nieuws komt, heeft iedereen door dat dit bedrijf z'n best heeft gedaan om te begrijpen wat renners belangrijk vinden. Of een innovatie succesvol is, hangt af van wat de gebruikers willen. En die zijn in het begin altijd sceptisch, want iets 'nieuws' is altijd eng. Maar zodra renners iets nieuws uittesten, zijn ze verkocht. Direct. En ze geloven er onmiddellijk in ook. Dát is de kracht van nieuwe ontwikkelingen. 

Als jij een wielerwedstrijd zou organiseren, wat zou je dan veranderen om wedstrijden interessanter te maken?

Hennie: Minder verplaatsingen tijdens etappewedstrijden zou helpen. In mijn tijd waren er ook veel verplaatsingen, maar niet zoals tegenwoordig. Nu gaat de etappe naar de stad die het meest betaalt. En als die stad toevallig 400 km verderop ligt dan is dat zo en zet je de renners gewoon in een bus. Dat is niet duurzaam en moet dus veranderen.

Tom: Ik denk dat het probleem voor een deel veroorzaakt wordt doordat je vaak etappes van 200-250 km rijdt. Terwijl mijn ervaring in de grote wedstrijden is dat etappes van 150 km veel interessanter zijn. Kortere etappes zijn spannender voor het publiek, omdat er veel meer actie is. Het moet ook weer niet zo extreem en moeilijk worden dat het de renners verlamt.

Hennie: Je zou inderdaad de afstanden kunnen inkorten. Renners passen zich aan en de etappes worden dynamischer. Maar als je de etappes kort en zwaar maakt en vervolgens van de renners verwacht dat zich ook nog eens 400 km verplaatsen, dan krijgen ze onvoldoende rust. Ze hebben tijd nodig om te herstellen. Dus als ze om vijf uur 's middags klaar zijn, want dat is meestal prime time op tv, dan moeten ze eigenlijk binnen het uur in hun hotelbed liggen.

Tom: Organisatoren willen hun wedstrijd natuurlijk zo aantrekkelijk mogelijk maken, maar ze moeten niet denken dat extremer hetzelfde is als spannender. Niet iedereen is gek op massasprints bijvoorbeeld, maar die kunnen ze tegenwoordig zo mooi in beeld brengen, via camera's onderaan de fietsen. Ik durf te wedden dat je dan aan je stoel geplakt zit. Als je dit soort technieken de hele wedstrijd kunt toepassen, dan begrijp je de tactieken in een wedstrijd veel beter, het belang van positionering bijvoorbeeld, waarom iemand juist in die positie rijdt. Op die manier denk ik dat er nog veel ruimte voor vooruitgang is. 

Tom, voel jij druk om mee te doen met social media?

Tom: Nee, ik beschouw dat niet als druk. Maar áls je iets doet, doe het dan góed. Een hoop mensen doen het maar half. Ik heb het een tijdlang echt professioneel aangepakt. Ik had iemand die me daarbij hielp en dan merk je dat mensen het ook leuk vinden. Social media is een extra middel om contact te hebben met je fans. Je kunt het ook gebruiken om feiten te checken. Als bijvoorbeeld na een interview je woorden worden verdraaid of uit de context gehaald, kun je via social media eenvoudig reageren en jezelf verdedigen.

Hennie: Maar voor sponsoren kunnen social media een gevaar zijn. Want veel renners realiseren zich niet wat de gevolgen van een tweet of een post op Facebook kunnen zijn. Er kan veel fout gaan. Daarom zijn sponsoren een beetje voorzichtig met social media. Een slechte tweet of een verkeerd gebruikte foto kan ernstige gevolgen hebben. 

Laatste vraag: kan een winnaar van de Tour de France uit de jaren 60, 70 of 80 ook nu de Tour de France winnen?

Tom: Zo lang ze niet weten hoe het toen was en hoe het er nu aan toegaat.

Hennie: Iedereen past zich aan de omstandigheden aan. Dus de renners van toen zouden zich moeten aanpassen aan de huidige state-of-the-art. Het is makkelijker om van niets naar meer te gaan dan andersom. Van niets naar meer is een geleidelijk proces, andersom is een crime. Het is duidelijk dat ieder tijdperk zijn kampioenen heeft en dat zal zo blijven ook.

Tom: Renners met een fysieke topconditie komen altijd bovendrijven als ze dezelfde middelen tot hun beschikking hebben als hun rivalen. Die renners zouden ook nu meedoen voor de prijzen, maar dan moeten ze wel dezelfde kennis en middelen hebben als de renners van nu. En dan bedoel ik alle wetenschappelijke ontwikkelingen over voeding en de wetenschappelijke trainingsaanpak.
Ja, ik ben ervan overtuigd dat ze gewoon voorin mee zouden rijden. 

Gerelateerd artikel